DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Afwijkende uitspraken inzake tijdelijke verhuur woning geheel of deel

 

De eerdere uitspraak van het Hof Amsterdam (11072019) inzake de belastbaarheid van een gedeeltelijke verhuurde woning (tuinhuisje) deed een hoop stof opwaaien. De rechtbank Noord-Holland heeft op 07082019 een soortgelijke zaak behandeld maar legt de wet (gelukkig) deels anders uit dan het Hof Amsterdam.

Anders dan het Hof Amsterdam  is de rechtbank NH namelijk van oordeel dat een tijdelijk verhuurd gedeelte van de eigen woning op basis van de wettekst en de wetsgeschiedenis tot de eigen woning (box 1) moet worden gerekend. Dat een gedeelte van de eigen woning tijdelijk aan een derde ter beschikking wordt gesteld, maakt NIET dat deze ruimte tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) gaat behoren.

Voorts concludeert de rechtbank dat de bewoordingen van artikel 3.113 Wet IB 2001 en de systematiek van de eigenwoningregeling in de Wet IB 2001 leiden tot het oordeel dat inkomsten uit de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning NIET belast kunnen worden op grond van artikel 3.113 Wet IB 2001.

 

Fiscaal onhandige en veel te complexe Hof beslissing (Box 3)

"Nu de heffing over de tijdelijke verhuur van artikel 3.113 ziet op de eigen woning van artikel 3.111, eerste lid, Wet IB 2001, en het in het kader van [A VERHUURBEDRIJF] -activiteiten verhuurde tuinhuis daar niet toe behoort, zijn de inkomsten uit hoofde van die activiteiten niet als belastbare inkomsten uit eigen woning aan de heffing van inkomstenbelasting onderworpen. Uit het systeem van de wet volgt dat het tuinhuis dan behoort tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (BOX3 dus…).”

Rechtbank (Box 3)

Anders dan het Hof Adam is de rechtbank NH van oordeel dat een tijdelijk verhuurd gedeelte van de eigen woning op basis van de wettekst en de wetsgeschiedenis tot de eigen woning (box 1) moet worden gerekend. Dat een gedeelte van de eigen woning tijdelijk aan een derde ter beschikking wordt gesteld, maakt NIET dat deze ruimte tot de grondslag van het inkomen uit sparen en beleggen (box 3) gaat behoren.

Eensgezind (gehele woning)

Bij een tijdelijk ter beschikking stellen aan een derde van de gehele woning dient onverminderd het volledige bedrag met betrekking tot het eigenwoningforfait in box 1 in aanmerking te worden genomen. Voor een tijdelijk ter beschikking stellen van een gedeelte van de eigen woning geldt eveneens dat de woning het karakter van hoofverblijf behoudt. De rechtbank onderschrijft het oordeel van Hof Amsterdam.

Onpraktisch

Op basis van de rangorderegeling van artikel 2.14, eerste lid, van de Wet IB 2001 vallen vermogensbestanddelen onder de eerst mogelijke bepaling in de wet. Ze vallen dan niet meer onder andere bepalingen van de wet, ook niet wanneer dat wel mogelijk zou kunnen zijn. Daarnaast merkt rechtbank nog (ten overvloede) op dat toerekening van een tijdelijk verhuurd gedeelte van de woning aan box 3 in de praktijk tot uitvoeringstechnische problemen leidt. De rechtbank wijst in dit kader op de berekening van het eigenwoningforfait, de beperking van de hypotheekrenteaftrek in box 1 en de waardering in box 3. Dit heeft de wetgever bij het vormgeven van de wettelijke regeling, in het bijzonder bij de wetswijzing met ingang van 1 januari 2010, uitdrukkelijk willen voorkomen.

Beslissing in het voordeel van belastingplichtige

De rechtbank concludeert dat de bewoordingen van artikel 3.113 Wet IB 2001 en de systematiek van de eigenwoningregeling in de Wet IB 2001 leiden tot het oordeel dat inkomsten uit de tijdelijke verhuur van een gedeelte van de eigen woning niet belast kunnen worden op grond van artikel 3.113 Wet IB 2001. Gelet hierop dient het beroep gegrond te worden verklaard.

 

Bron: Rechtspraak.nl

 

Eerdere uitspraak meldde heffing in box 3, en dat is wat rechtbank NH nu juist NIET van toepassing acht, gelukkig maar, want fiscaal zou dat een ramp betekenen!

Is nu wachten op mogelijke reparatiewetgeving, want mogelijke cassatie door minister op Hof uitspraak is kansloos, in die zin dat het Hof mogelijk gecorrigeerd wordt, zoals rechtbank het nu ook al gedaan heeft… Met nieuwe aanvullende wetgeving wordt gedeeltelijke verhuur (tuinhuisjes als aanhorigheid) voortaan universeel belast in box 1.

Bron: Fintool / DeHypothekenMakelaar.nl 16082019

Downloads

Downloads zijn alleen beschikbaar als u bent ingelogd. Log graag in of neem een abonnement.

 Tuinhuisje-deel 2

ECLI:NL:RBNHO:2019:6711  Rechtbank Noord Holland 07-08-2019 Box1

ECLI:NL:GHAMS:2019:2424 Gerechtshof Amsterdam 11-07-2019 Box3

ECLI:NL:RBNHO:2018:4343 Rechtbank Noord-Holland 06062018 Box1



Laatste update: 16/08/2019 11:24.38