DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Pensioenakkoord: tijdelijk bevriezen AOW-leeftijd


De sociale partners zijn met het kabinet tot een principeakkoord over het vernieuwen van het pensioenstelsel gekomen. Bedoeling is om fikse wijzigingen aan te brengen in de regels voor de AOW en het aanvullend pensioen.

Het akkoord is het resultaat van een jarenlang onderhandelingstraject over de hervorming van het pensioenstelsel en aanverwante onderwerpen als de stijging van de AOW-leeftijd en vroegpensioen voor zwaar werk. Beoogde ingangsdatum van de afspraken over de AOW-leeftijd is 1 januari 2020. Het nieuwe pensioenstelsel vraagt meer tijd: het kabinet mikt op invoering per 2022.

Eerder met pensioen gaan moet gemakkelijker worden

Het kabinet, de werkgevers en vakbonden hebben onder meer het volgende afgesproken:

  • De doorsneesystematiek, waarbij alle pensioendeelnemers hetzelfde percentage pensioenpremie betalen voor hetzelfde percentage pensioen, komt ten einde. De pensioenopbouw wordt ‘persoonlijker en transparanter’. Het kabinet en de sociale partners werken compensatiemaatregelen uit voor deelnemers die hierdoor worden getroffen.
  • Pensioenuitvoerders kunnen pensioen verhogen bij een dekkingsgraad boven de 100% en verlagen als deze onder de 100% komt. Korten en indexeren is nu pas aan de orde bij een dekkingsgraad van lager dan 90% respectievelijk 110% of hoger. Om daarnaast de kans op kortingen op de korte termijn te verkleinen, worden de regels hiervoor tijdelijk aangepast.
  • Eén van de maatregelen voor duurzame inzetbaarheid is het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 vaststaan op 66 jaar en vier maanden, om vervolgens door te stijgen tot 67 jaar in 2024. Vanaf 2025 geldt bij een stijging van de gemiddelde levensverwachting met een jaar dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt. Dit zorgt wel voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. Het kabinet geeft aan dat het de kosten die het pakket aan maatregelen met zich meebrengt onder andere dekt door het lage-inkomensvoordeel te verlagen en het jeugd-LIV (tool) te beëindigen.
  • Werknemers met zware beroepen kunnen gemakkelijker eerder stoppen met werken. Zo krijgen werknemers de kans om 100 weken ‘fiscaal gefaciliteerd’ bovenwettelijk verlof op te sparen. En een werknemer kan in overleg met een werkgever drie jaar eerder met pensioen gaan, al zal doorwerken nog wel financieel aantrekkelijker blijven. Het kabinet stelt een uitkeringsbedrag van € 19.000 per jaar vrij van de zogeheten RVU-heffing.
  • Op de pensioeningangsdatum kan een werknemer maximaal 10% van zijn opgebouwde ouderdomspensioen direct opnemen, bijvoorbeeld om een hypotheek af te betalen.
  • Voor zzp’ers komt er een fiscaal gunstige regeling voor pensioen. Verplicht wordt het opbouwen van ZZP-pensioen niet. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt wél verplicht.

Nog veel werk te verzetten voor pensioenstelsel

Het gaat nog om een principeakkoord. De vakbonden leggen deze voor aan hun leden. Eind volgende week zal duidelijk zijn of het akkoord volledig gesteund wordt. Een stuurgroep van de Sociaal-Economische Raad (SER) en het kabinet kan dan aan de slag met de uitwerking van een nieuwe pensioenregeling en de overgang naar een nieuw pensioenstelsel. Uiteindelijk moet dit tot wetgeving leiden, waar de Tweede en Eerste Kamer over zullen stemmen. Het kabinet heeft momenteel door de steun van GroenLinks en de PvdA een meerderheid voor de maatregelen. Pas als de plannen ook door beide Kamers zijn, kan de hervorming van het pensioenstelsel daadwerkelijk plaatsvinden.

 

Het principeakkoord dat het kabinet, de werkgeversorganisaties en de vakbonden hebben gesloten over de hervorming van het pensioenstelsel betekent echter ook het einde van het lage-inkomensvoordeel voor jongeren (jeugd-LIV). Dat kan werkgevers duizenden euro’s per werknemer per jaar gaan kosten….

De maatregelen uit het pensioenakkoord kosten geld. Eén van de kostbaarste maatregelen is die voor duurzame inzetbaarheid: het afremmen van de stijging van de AOW-leeftijd. Deze alleen al zorgt voor een kostenpost van enkele miljarden euro’s. De overheid wil hier onder meer budget voor vrijmaken door het jeugd-LIV de nek om te draaien en het lage-inkomensvoordeel (LIV) voor volwassen werknemers te beperken. Dat moet ongeveer € 200 miljoen opleveren. Hoe deze wijzigingen er precies uit gaan zien, is nog onduidelijk.  In de Kamerbrief (pdf) staat alleen dat het hoge tarief voor het LIV van € 1,01 per verloond uur verlaagd zal worden.

Onderzoek naar effectiviteit

In de brief staat ook dat werkgevers in overleg met het kabinet gaan onderzoeken of alle instrumenten uit de Wet tegemoetkomingen loondomein (WTL) effectiever ingezet kunnen worden. Dat gaat dus niet alleen om het LIV en jeugd-LIV, maar ook om de loonkostenvoordelen (LKV’s). De beoogde bezuiniging van € 200 miljoen komt daarmee niet te vervallen, maar mogelijk kunnen de gelden die wel beschikbaar blijven, op een andere manier ingezet worden.

Huidige eisen op een rij

Op dit moment krijgen werkgevers nog jeugd-LIV voor alle werknemers die voldoen aan deze drie voorwaarden:

  • De werknemer was op 31 december van het afgelopen jaar 18, 19, of 20 jaar.
  • De werknemer is verzekerd voor de werknemersverzekeringen.
  • De werknemer verdient gemiddeld een uurloon dat past bij zijn leeftijd en valt dus binnen de uurloongrenzen.

Voor het gewone LIV geldt de leeftijdsgrens niet, maar moeten werknemers wel minimaal 1.248 verloonde uren bij de organisatie hebben per kalenderjaar.

BRON: Overheid / Rendement 7 juni 2019 

VerbijsterendAdvies.nl

 

 



Laatste update: 11/06/2019 10:53.03