DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

 

Scheiding en andere pijnlijke zaken

(Echt)scheiding of het verbreken van de partnerrelatie heeft vele gevolgen, zeker als er sprake is van een eigen woning. In eerdere berichtgeving, hebben we al jurisprudentie over het ontslag uit de hoofdelijke aansprakelijkheid besproken. Ook zijn we al eens ingegaan op de fiscale gevolgen van het uitruilen van overwaarde tegen pensioen- en lijfrentevoorzieningen.

Begin 2019 is er opnieuw jurisprudentie gepubliceerd over echtscheidingszaken waarbij de eigen woning een rol speelt. Dit keer gaat het om uiteenlopende onderwerpen.

De begin 2019 gepubliceerde jurisprudentie heeft weliswaar geen enorme impact op elke dossier waarin sprake is van het verbreken van een relatie, maar kan toch van belang zijn voor specifieke gevallen waar u in uw praktijk mee te maken kunt krijgen.

De drie zaken die in dit artikel behandeld worden, geven antwoord op de volgende vragen:

1.      Mogen ex-echtgenoten zelfstandig geld opnemen uit een krediethypotheek?

2.      Moet een ongehuwde partner gecompenseerd worden voor door hem betaalde KEW-premies?

3.      In hoeverre is de bank verantwoordelijk voor het juist verdelen van de waarde van een KEW?

 

1.      Kifid over opnames Krediethypotheek

Een echtpaar (gehuwd in gemeenschap van goederen) heeft in 2010 samen een krediethypotheek afgesloten. De kredietlimiet is € 150.000. In 2015 gaan ze uit elkaar. De vrouw vertrekt uit de woning. Op dat moment is er van het krediet slechts (afgerond) € 38.000 opgenomen. Na haar vertrek, neemt de ex-man geld op uit de krediethypotheek, zelfs tot aan de limiet. De vrouw wordt gehouden aan haar hoofdelijke aansprakelijkheid voor deze gehele schuld, die daardoor na de scheiding ruim € 55.000 hoger is geworden.

De vrouw pikt dit niet en in 2017 stapt ze naar het Kifid, nadat ze eerder bij de rechtbank al in het ongelijk was gesteld. Ze vordert dat de bank haar de toegenomen schuld van € 55.000 vergoedt. Volgens haar had de bank haar mede toestemming moeten vragen voor de extra opnames uit de krediethypotheek, die buiten haar medeweten zijn gedaan.
Het Kifid oordeelt dat er in de leningovereenkomst niets staat over de plicht dat beide kredietnemers toestemming moeten geven voor een opname. Daarom moet de wet gevolgd worden. In het Burgerlijk Wetboek is bepaald dat elk van de echtgenoten bevoegd is tot het bestuur van de goederen van de gemeenschap, waaronder de krediethypotheek. Dat houdt mede in, dat elk van hen zelf de bevoegdheid had om bedragen op te nemen uit hoofde van die hypotheek. Omdat er niets anders was overeengekomen en de vrouw ook kennelijk niet tijdig had doorgegeven dat ze gescheiden waren, of uit de woning was vertrokken, treft de bank hierin geen blaam.

De vordering van de vrouw wordt dan ook afgewezen.

 

2.      Rechtbank over terugvordering premies KEW

Een man is enig eigenaar van een woning. In 2003 gaat hij (ongehuwd) samenwonen met een vrouw. Ze krijgen tijdens hun samenlevingsperiode 4 kinderen.

In 2005 besluit de man zijn hele woning te slopen en er een nieuwe woning neer te zetten. Daarvoor leent hij € 600.000. Zijn vriendin wordt mede hoofdelijk aansprakelijk voor de lening, hoewel ze geen eigenaar van de woning wordt.

Ter aflossing van de lening, worden twee KEW’s afgesloten. Eén waarbij de man verzekeringnemer is en één waarbij de vrouw verzekeringnemer is. De overlijdensrisicodekking wordt kruislings gesloten. Feitelijk betaalt de man de premies van beide KEW’s.

Ze hebben een samenlevingscontract, waarin niets staat over de verdeling van de (over)waarde van de woning of de KEW’s. In 2017 gaan de man en vrouw uit elkaar. De man vordert onder meer dat hij de premies die hij heeft betaald voor de polis die op naam van zijn ex-vriendin staat, terugkrijgt. Volgens hem is er sprake van ‘ongerechtvaardige verrijking’ van zijn ex-vriendin. Maar de rechter oordeelt anders: de ex-vriendin is en blijft volledig eigenaar van de polis die op haar naam staat en hoeft haar ex-vriend niet te compenseren.

De overweging van de rechter, is dat de vrouw zich mede hoofdelijk aansprakelijk heeft gesteld voor de lening, zonder dat ze hierbij een financieel belang had. Ook heeft de vrouw een belangrijk deel van de huishouding op zich genomen, en voor de zorg van de kinderen, wat ten koste is gegaan van haar eigen carrière. Ze heeft wel haar steentje bijgedragen in het realiseren van besparingen, door deze huishoudelijke zorgen op zich te nemen. Daarom is geen sprake van onrechtvaardigheid van haar verrijking, doordat ze de KEW zelf mag houden.

 

3.      Kifid over verdeling KEW

Een echtpaar sluit in 2000 een hypothecaire lening. Aan die lening wordt onder meer een al in 1990 bestaande kapitaalverzekering gekoppeld. De man is verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde op die polis. Door hun huwelijk valt de polis echter wel in de gemeenschap van goederen van het echtpaar.

In 2016 gaan de man en vrouw scheiden. De gemeenschappelijke woning wordt in 2017 verkocht en met de verkoopopbrengst wordt de hele hypotheek afgelost. De kapitaalverzekering moet, volgens de beschikking van de rechter in het kader van de echtscheiding, worden verdeeld over de man en de vrouw. Ruim drie maanden na de verkoop van de woning (mei 2017) mailt de vrouw met de bank, met de vraag wanneer ze haar deel van de afkoopwaarde van de KEW (50% van € 38.000) krijgt.

De bank antwoordt dat de verzekering op naam van de ex-man staat, maar dat deze verdeeld kan worden, als er een keuzeformulier ondertekend wordt, samen met de beschikking.

De vrouw krijgt, ondanks herhaalde vragen, dit formulier echter niet opgestuurd. Maar door de mail van de bank, is ze in de veronderstelling dat er zonder een door haar en haar ex-man ondertekend formulier, niets met de KEW gebeurt. De mail van de bank vermeldt er ook niet bij wie het formulier moet ondertekenen. De vrouw mailt diverse vervolgvragen, maar een duidelijk inhoudelijk antwoord van de bank blijft uit.

Omdat het niet opschiet, dient de vrouw in september 2017 ook een klacht in bij de verzekeraar waar de KEW liep. Dan krijgt zij te horen, dat de KEW in augustus 2017 is afgekocht, omdat de man een door de bank verstrekt formulier had ondertekend. De bank had het geld van de verzekeraar ontvangen en dit geheel aan de man overgemaakt.

De vrouw vordert de helft van de KEW-waarde van de bank.

Het Kifid stelt de vrouw volledig in het gelijk. De bank had nog aangevoerd buiten echtscheidingssituaties te staan en bovendien de vrouw goed te hebben geïnformeerd. Dat volgt het Kifid niet: de bank had beter moeten weten en de vrouw juist moeten informeren. Door dat niet te doen, is de bank haar zorgplicht niet nagekomen. De bank moet de vrouw de helft van de KEW-waarde, de kosten van de advocaat van de vrouw en wettelijke rente vergoeden.

FINTOOL Toegevoegd: dinsdag 26 februari 2019 13:15 

DeHypothekenMakelaar.nl

 

 



Laatste update: 27/02/2019 09:50.56