DeHypothekenMakelaar.nl
Financieel maatwerk van Annu´teit tot Zero-bond en VerbijsterendAdvies voor uw verzekering van Auto tot Zeilboot.

Verdeling pensioen herzien na dwaling: naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar

In het kader van echtscheiding kunnen partijen in een echtscheidingsconvenant afspraken maken over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en de verdeling van pensioenrechten. Hierin kan men afwijken van het regelend recht in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (WVPS) en de Pensioenwet (PW). Nadat de echtscheiding is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, is de scheiding een feit. Dat desondanks het echtscheidingsconvenant nadien kan worden aangevochten en de verdeling kan worden bijgesteld, blijkt uit een uitspraak van Gerechtshof Amsterdam (zie externe link).

Voorafgaand aan de inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand hebben partijen op 1 mei 2012 een echtscheidingsconvenant getekend, dat tot stand is gekomen na gesprekken met en onder begeleiding van een mediator die tevens financieel planner was.

Het convenant voorziet onder andere in een alimentatieparagraaf, een paragraaf betreffende de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap en een paragraaf betreffende de verdeling van pensioenrechten. Partijen hebben verevening van ouderdomspensioen uitgesloten. Het tot de datum van ontbinding van het huwelijk opgebouwde (bijzonder) partnerpensioen wordt overeenkomstig de wettelijke regeling premievrij aan de andere partij toebedeeld. Op 12 juni 2012 wordt de scheiding ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.
Op 12 december 2012 meldt de vrouw zich met het verzoek om in onderling overleg terug te komen op de inhoud van de echtscheidingsovereenkomst van 1 mei 2012,  omdat zij voor méér dan een vierde gedeelte wordt benadeeld, voor zover het de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap betreft.  Vervolgens heeft de vrouw de man op 13 augustus 2013 gedagvaard en vernietiging van het convenant wegens dwaling dan wel misbruik van omstandigheden en wegens benadeling voor meer dan een kwart gevorderd. Daarnaast heeft zij gevorderd de man te veroordelen tot pensioenverevening.

De rechtbank heeft alle vorderingen van de vrouw afgewezen, omdat deze onvoldoende onderbouwd waren. Vervolgens gaat de vrouw in hoger beroep tegen deze beslissing van de rechtbank. Aangezien de vrouw de door de man aangevoerde feiten en omstandigheden niet, dan wel onvoldoende gemotiveerd heeft weersproken, concludeert het Hof dat deze feiten daarmee vaststaan. Vervolgens leidt het Hof daaruit af dat de vrouw de in het convenant overeengekomen verdeling bewust heeft aanvaard, zodat geen sprake is van een naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbare situatie.

Ten aanzien van het uitsluiten van de pensioenverevening concludeert het Hof dat er een groot verschil is ontstaan tussen de opgebouwde pensioenrechten van de man en van de vrouw. De vrouw heeft immers nauwelijks pensioenrechten opgebouwd en is daarvoor niet financieel gecompenseerd. Bovendien is aan de vrouw onvoldoende gecommuniceerd op welk deel van de pensioenrechten van de man ze normaal gesproken recht zou hebben gehad, zodat ze de gevolgen van haar keuze om af te zien van pensioenverevening onvoldoende heeft kunnen overzien.
Alles in onderling verband en samenhang beschouwd en in aanmerking genomen is het Hof van oordeel de uitsluiting van pensioenverevening in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Het Hof verklaart dat de in het convenant geldende uitsluiting van pensioenverevening niet van toepassing is.   

WFTNU Toegevoegd:

DeHypothekenMakelaar.nl



Laatste update: 17/02/2016 14:04.12